Verrassende eindconclusie Liftinstituut-congres ‘Liftgebruik bij brand’

83% congresdeelnemers vindt liftgebruik bij brand noodzakelijk, 17% nodeloos gevaarlijk

Op 7 november kwamen meer dan 400 gebouweigenaren, adviseurs, zorgprofessionals en brandweerlieden bij elkaar om na te denken over liftgebruik bij brand. De uitspraak ‘bij brand geen lift’ verdient heroverweging, zo vonden de meesten.

Meer dan 85% van de Nederlanders geeft op de vraag “wanneer mag je de lift niet gebruiken?” direct het antwoord “bij brand”. Dat zit erin geramd, zo concludeerden de onderzoekers van Motivaction in hun publieksonderzoek in opdracht van Liftinstituut. Naast dit onderzoek werden tijdens het congres nog drie onderzoeken gepresenteerd, waarover deskundigen uit het vak samen met het publiek in de zaal van gedachten wisselden.

Probleemstelling

De aftrap van het congres was voor Marco Waagmeester, algemeen directeur van Liftinstituut Holding. Hij riep op tot heroverweging van het standpunt ‘Bij brand geen lift’, gezien maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de groeiende vergrijzing.

In het eerste congresblok schetste René Hagen, lector brandpreventie, het probleem van het niet gebruiken van liften bij brand: “Ouderen wonen steeds langer zelfstandig. Daardoor neemt het risico op het ontstaan van brand toe. En als er brand ontstaat, wordt het door de afnemende zelfredzaamheid steeds moeilijker om via de trap te vluchten.” Hij riep om te beginnen met het doen van kleine aanpassingen aan liften, zodat ze langer kunnen worden gebruikt bij brand.

Risico’s

Willem Kasteleijn, productmanager liften bij Liftinstituut, bracht de risico’s van liftgebruik bij brand in beeld: “De stroom kan uitvallen en er kan paniek ontstaan.” Hij gaf aan dat je per situatie een risicoanalyse moet uitvoeren en moet nagaan of de lift een rol kan spelen bij ontruiming en wat er dan nodig is om dat veilig te laten plaatsvinden. “Daarbij moet je je realiseren dat 100% veiligheid bij gebruik van de lift niet haalbaar is. Maar dat geldt ook voor de trap.”

Harold Bussing, voorzitter van de VLR, haakte daarop in en vond dat Nederland zich voorlopig aan ‘Bij brand geen lift’ moet houden. “Laat geen onduidelijkheid bestaan.” Hij pleitte voor bronbestrijding en vond dat, als er een lift gebruikt wordt, dit ook een brandveilige lift moet zijn. Daarbij moet ook naar het gebouw en de organisatie rond de ontruiming worden gekeken. “Het is niet verboden om de gewone lift te gebruiken bij brand. Maar de fabrikant kan dan geen aansprakelijkheid aanvaarden als het misgaat.”

Denken in scenario’s

Susan Eggink - Eilander, senior adviseur bij de Antea Group, presenteerde de uitkomsten van het onderzoek in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het ingenieurs- en adviesbureau onderzocht de mogelijkheden om liften veilig te gebruiken voor de evacuatie van minder-zelfredzame personen bij brand.

Eggink introduceerde het ‘scenariodenken’. De scenario’s hangen daarbij onder meer af van het type gebouw, maar ook van de aard van de bewoners van een gebouw. Volgens Eggink zijn zij ‘de moeilijkste factor’, omdat zij moeten beslissen over hun vluchtgedrag, de route en de middelen die zij hiervoor gebruiken. Egginks advies aan gebouweigenaren: “Richt je aandacht op waar het potentieel in een gebouw zit en maak een plan voor wat nodig is, zodat bewoners de lift bij brand kunnen gebruiken. Daar kunt u morgen al mee aan de slag.” Een hulpmiddel hierbij kan de beslisboom in het onderzoeksrapport zijn. 

De zelfdenkende lift

John van Vliet, directeur van Liftinstituut, ging nog een stapje verder. “Laat niet mensen, maar de lift zélf bepalen of gebruik bij brand mogelijk is”, was zijn insteek. Hij maakte het concreet met een voorbeeldoplossing. “In alle gevallen is het belangrijk om bewoners goed te informeren over evacuatiemogelijkheden en hoe zij dan het beste kunnen handelen.”

Nico Bosman, senior adviseur bij lifttechnisch adviesbureau Eurlicon, schetste de meerkosten van brandweer-, evacuatie- en zelfdenkende liften. “Bij nieuwbouw liggen die tussen de 7.000 en 20.000 euro. Daar komen nog bouwkundige kosten voor aanvullende brandcompartimentering bij. Een behoorlijke investering, maar de lift is dan wel echt veilig te gebruiken bij brand.”

Paneldiscussie

Na de presentaties in het eerste congresblok was er volop gelegenheid voor discussie en het stellen van vragen. Voor de discussie nodigde dagvoorzitter Judith de Bruijn de volgende opinion leaders uit:

  • Heiko Haasjes (projectmanager zorgvastgoed bij Syntrus Achmea Real Estate & Finance) gaf aan dat Syntrus Achmea veel waarde hecht aan veiligheid, maar ook aan het voldoen aan wet- en regelgeving. “We willen daarom eerst duidelijke richtlijnen en handvatten om liftgebruik bij brand toe te passen, waarop je kunt terugvallen. Zeker als dit vergaande consequenties heeft. En áls het verplicht wordt om liften aan te passen op gebruik bij brand, kan ik goed uitleggen aan de achterban waarom investeren hierin nodig is.” Haasjes is geen tegenstander van maatregelen, maar vindt wel dat ze effectief moeten zijn.
  • Alfred van den Bosch (directeur woningcorporatie Woonvisie en voorzitter NEVAP) legde het accent op een goede voorlichting aan en communicatie met bewoners. “We moeten hen bewuster maken van risico’s bij brand en wat belangrijk is bij een evacuatie. Daarnaast kunnen we kijken waar en hoe we liften slimmer en veiliger bij brand kunnen inzetten.’’ Hij zag minder heil in wet- en regelgeving, omdat elke situatie anders is. “Wél moeten we goed kijken of het aanpassen van liften in vergelijking met andere zaken die bij corporaties spelen, urgent genoeg is en of dit in balans is met de betaalbaarheid en beschikbaarheid van de woningen.”
  • Anneliek van Maarseveen (hogere-veiligheidskundige en adviseur veiligheid Carante Groep) toonde zich een overtuigd voorstander van aanpassingen van gewone liften. “Met relatief kleine aanpassingen kun je al veel bereiken. Daarnaast moet je de risico’s die mensen lopen als ze geen lift bij brand kunnen gebruiken, goed afwegen tegen de risico’s waar dat wél mogelijk is.”
  • Het advies van Fred Schuurs (voorzitter stichting VvE Belang) was om als VvE de kenmerken van een gebouw goed in kaart te brengen en daarbij hulp te vragen, bijvoorbeeld van het adviescentrum Brandveilig Wonen voor het opstellen van een veiligheidsverbeterplan. “Daar komen soms heel verrassende zaken uit.’’ Daarnaast pleitte hij voor een ‘keurmerk brandveiligheid’ voor woningen en voor een betere voorlichting over veilig gebruik van liften bij brand.

Conclusie

Aan het einde van het congres werd het publiek gevraagd een keuze te maken. Waarvoor kiezen zij als het gaat om het beleid ten aanzien van het gebruik van liften voor evacuatie van minder-zelfredzame personen uit woongebouwen bij brand? Gekozen kon worden uit vier opties. Hieronder de uitkomst:

  • 14,5% > Ons beleid blijft: bij brand geen lift.
  • 18,4% > Ik laat het over aan de brandweer.
  • 6,6% > Ik wacht tot de overheid het ons verplicht (in het Bouwbesluit?) om liften in te zetten bij evacuatie.
  • 60,5% > Ik investeer in een lift die veilig is voor de evacuatie van zelfredzame personen uit woongebouwen bij brand. 

Hieruit werd duidelijk dat de oproep tot het snel ondernemen van actie van Ko Legez (Orona liften), aansluitend op de presentatie van onderzoeker Susan Eggink, gehoor vond. De meeste aanwezigen wilden niet wachten op wet- en regelgeving van de overheid, maar aan de slag gaan volgens het door Eggink geïntroduceerde scenariodenken. Basis daarvoor zijn risicoanalyses, waarbij wordt gekeken of en hoe de lift een plek kan krijgen in de evacuatie bij brand. Dat mag, vond men, dan best een lift zijn die niet 100% veilig is, maar waarbij het risico van gebruik bij brand veel lager is dan de risico’s bij het gebruik van de trap.